Bang om te leven – Mijn verhaal #1

Posted in Persoonlijk

Het was de zomer van 2006, ik was vijftien jaar oud en we gingen zoals ieder jaar op vakantie naar Schin op Geul. Ik weet niet wat het is met Zuid-Limburg, maar zodra we Valkenburg binnenreden werd ik ieder jaar opnieuw verliefd op het groene heuvel landschap dat zich aan ons tentoonstelde. Mijn ouders probeerden mij ieder jaar opnieuw mee te krijgen naar Spanje, Portugal of Zuid-Frankrijk. Tevergeefs. Op de camping in Valkenburg had ik inmiddels vaste vrienden waarmee ik in dat mooie heuvellandschap de mooiste twee weken van mijn jaar spendeerde. We gingen op avontuur, werden iedere avond dronken van de smirn off bij het riviertje dat aan de camping grensde, werden verliefd en genoten van de zomer. Toen we op die bewuste zomermiddag in 2006 voor het derde jaar op rij Zuid-Limburg binnenreden wist ik nog niet dat deze zomer heel anders zou gaan verlopen.

 

Ik had ontzettend veel zin in de zomer van 2006. Mijn beste vriendin die ik ook had ontmoet op de camping, in 2003 zou een week bij ons logeren in de stacaravan die we ieder jaar huurden en in de tweede week mocht mijn toenmalige verkering langskomen. Een beter vooruitzicht kon een puber van vijftien niet hebben zou je denken.

 

De eerste twee dagen van de vakantie waren heerlijk. Ze verliepen precies zoals ieder jaar. En hoewel dat voor een ieder misschien saai klinkt, kon het voor mij niet beter. Ik bracht ze door op de camping, in de heuvels en aan het riviertje met mijn campingvrienden en had onwaarschijnlijk veel plezier. Ook de derde avond van de vakantie brak aan en we waren zoals altijd op pad: van het sportveld, naar de kantine, naar de rivier en weer terug. We dronken overal wat, lachten, dansten, hadden lol. Totdat ik me op een gegeven moment benauwd voelde worden. Op dat moment dacht ik er niks geks van. Ik ben allergisch voor graspollen en huisstofmijt. Ik vertelde mijn vrienden maar vast naar de kantine te gaan, want dat was ons plan. Ik zou later wel volgen als ik mijn pufje had opgehaald in de caravan.

 

Terwijl ik, alleen, op weg was naar onze caravan vanaf het sportveld, een wandelingetje van nog geen tien minuten, gebeurde er iets wat mijn hele jonge leven op zijn kop zou zetten. Ik voelde me slap worden. Bij elke stap die ik zette, ademde ik moeilijker. Mijn benen leken elastiek te worden en tintelden zo erg dat ik me ineens afvroeg of ik dat kleine stukje lopen naar onze caravan nog wel kon redden. Enkele seconden later kreeg ik een enorme druk op mijn borst. Het was alsof er een olifant op mijn lichaam kwam zitten en niet van plan was er af te gaan. Ik wist het op dat moment absoluut zeker: Ik ga dood. Er schoten allerlei gedachten van diepe angst door mijn hoofd: wat voel ik op dit moment in hemelsnaam? Waaróm voel ik dit? Maar voornamelijk: IK WIL NIET DOOD.

 

Toen ik een halfuur na dit voorval ‘wakker’ werd, is me verteld dat ik naar de caravan ben gebracht door een man die mij van een campingweggetje had geplukt. Mijn vrienden zaten ineens bezorgd voor de caravan en ik lag bij mijn moeder op schoot.  Ik keek mijn moeder aan en sprak de woorden die het komende jaar van mijn leven zouden gaan beheersen. ‘Mam, ik ga dood. Ik weet het zeker’.

 

Herfst, 2006. De vakantie was inmiddels een aantal maanden achter ons en daarmee ook het onbezorgde en vrolijke gedeelte van mijn leven. Inmiddels was ik door artsen onderzocht en ze trokken allen dezelfde conclusie: ik was kerngezond, wat ik had gehad was een hyperventilatieaanval. Inmiddels waren de aanvallen mijn leven binnengedrongen en had ik er op een goede dag twee in plaats van de meer regelmatige zes. Ik viel in deze periode ongeveer zeven kilo af en was uitgeput. De artsen konden zeggen wat ze wilden, ik geloofde ze niet: ik was er op zo’n moment heilig van overtuigd dat ik dood zou gaan.

 

De dood en voornamelijk mijn grote angst ervoor beheerste vanaf dat moment mijn leven. Ik durfde nergens alleen naar toe omdat ik bang was voor een aanval die uiteindelijk zou leiden tot de dood. ’s Nachts durfde ik niet te gaan slapen want ik was ervan overtuigd dat ik dan niet meer wakker zou worden. Elke avond viel ik huilend op een matras naast het bed van mijn moeder in slaap terwijl zij mijn hand vasthield. Het duurde niet lang meer voor ik een kluizenaar werd. Ik durfde niet meer naar school en uiteindelijk durfde ik zelfs niet meer alleen te douchen en naar de WC. Van een vrolijke vijftienjarige puber was ik getransformeerd in een bang kind van nog geen drie jaar oud. Als klap op de vuurpijl lieten een aantal van mijn vrienden me in de steek en maakte mijn toenmalige vriendje onze verkering uit. Ik voelde me verdomd machteloos en alleen.

 

En zo moeten mijn ouders zich ook hebben gevoeld. Vooral mijn moeder, die er in die periode 24 uur per dag en zeven dagen in de week voor mij was. Zij veranderde van een sterke zelfstandige vrouw in een emotioneel wrak die niet meer wist wat ze met haar eigen kind aan moest. Elke hyperventilatieaanval schreeuwde ik weer jankend naar haar dat ze een ambulance moest bellen omdat ik verdomme dood zou gaan. Gelukkig heeft ze hier nooit aan toegegeven. Sommige mensen verweten het haar dat ze mij teveel verwende met knuffels en dat ze begrip voor mijn situatie. Er is zelfs aan haar verweten dat ze me had moeten laten opnemen, want ik was alleen maar aandacht aan het trekken ten koste van haar gezondheid. Iedereen mocht zeggen wat ze wilden mijn moeder week niet van mij zijde, en gaf niet op. Zij zag dat ik me niet aanstelde, maar dat ik verschrikkelijk ziek was.

 

Het leidde er in ieder geval wel toe dat ze hulp zocht voor mij. Die hulp begon bij Lentis via de huisarts, een organisatie die mensen hulp biedt bij psychische klachten vanuit de GGZ. Ik weet nog goed dat mijn moeder mij naar het intakegesprek moest slepen. Ik durfde niet de straat op, zij was godsgruwelijk blij en dankbaar dat we eindelijk hulp zouden krijgen.

 

We zijn er uiteindelijk gekomen, bij Lentis. Het intakegesprek dat we hadden verliep iets minder goed. Een van de eerste vragen die mijn moeder werd gesteld was: ‘En, hoe verliep de zwangerschap?’ Aan mij werd verder weinig aandacht besteed. Er werd me wat gevraagd naar mijn klachten, werd geïnventariseerd hoe vaak ik exact hyperventileerde, of ik een rebelse puber was en hoeveel vrienden en sociale contacten ik had. We mochten over twee weken weer terug komen, en dan zou er een diagnose op tafel liggen.

 

Na dit gesprek merkte ik dat het kleine beetje hoop dat mijn moeder nog over had na een radeloze periode vervlogen was. Ze zat letterlijk met de handen in haar haar en wist niet meer waar ze het moest zoeken. Ik hoorde haar huilend bellen met familie en vrienden terwijl ze op de grond zat en dikke tranen van haar wang bungelden. Godzijdank hoorden wij via via over Sonja. Want Sonja, heeft mijn leven gered. Mijn moeder belde met deze fantastische vrouw en we konden de week erop gelijk terecht bij haar.

 

Toen ik voor het eerst de auto uit stapte in Hoogenveen had ik er niet erg veel vertrouwen in. Weer een therapeut, weer vragen, weer nieuwe diagnoses, weer gezeik. Dit keer ook nog eens een ‘alternatieve therapie’. Ik snapte niet dat mijn ouders hier vijftig euro per sessie voor neer gingen tellen. Het zou toch niet helpen, ik ging dood binnenkort, dan stond voor mij altijd nog in de sterren geschreven.

 

Volgende week plaats ik deel 2 van mijn verhaal. Vond je het mooi? Like dan becoming me op facebook. Vond je het inspirerend? Deel dan dit verhaal. Wil je zelf je persoonlijke verhaal kwijt? Stuur mij dan een e-mail op info@becomingme.nl en we maken jouw verhaal wereldkundig.

 

Liefs, Maaike

Previous Post Next Post

Leave a Reply

Misschien vind je dit ook leuk